gisteren - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: gisteren (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɣɪstərə(n) / (3 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈχɪstərə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈɣɪstərə(n)/
Woordafbreking
- gis·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: de dag voor heden’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
- van Middelnederlands ghisteren, ghistren, gestren[2]
Bijwoord
gisteren
- (tijdrekening) de laatste dag die voltooid is
▸ Vaticaancorrespondent Andrea Vreede: "Op deze tweede paasdag had werkelijk niemand verwacht dat opeens dit bericht zou komen over het overlijden van de paus. Gisteren leek het immers alsof hij terug was. Ook al was hij ontzettend kwetsbaar en fragiel, de paus was aanwezig. Hij was zelfs in staat om een beetje te spreken, al leek hij vermoeid.[3]
▸ Vanwege de werkzaamheden reden gisteren ook al minder treinen van en naar het hoofdstation. Vannacht om 00:50 uur vertrok de laatste trein.[4]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de laatste dag die voltooid is
Gangbaarheid
- Het woord gisteren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gisteren" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |