gisteren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

gisteren

  1. (tijdrekening) de laatste dag die voltooid is
    Vaticaancorrespondent Andrea Vreede: "Op deze tweede paasdag had werkelijk niemand verwacht dat opeens dit bericht zou komen over het overlijden van de paus. Gisteren leek het immers alsof hij terug was. Ook al was hij ontzettend kwetsbaar en fragiel, de paus was aanwezig. Hij was zelfs in staat om een beetje te spreken, al leek hij vermoeid.[3]
    Vanwege de werkzaamheden reden gisteren ook al minder treinen van en naar het hoofdstation. Vannacht om 00:50 uur vertrok de laatste trein.[4]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. de laatste dag die voltooid is

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen