globaal - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen globaal globaler globaalst
verbogen globale globalere globaalste
partitief globaals globalers -

Bijvoeglijk naamwoord

globaal

  1. niet in bijzonderheden afdalend, ongedetailleerd, ongeveer, benaderend
    • De inspecteur begon met een globale schouw.
    • Bijgevoegd is een globale raming van de kosten.
    • (…) eene Rekening en Verantwoording, waarin de Posten zodanig globaal, en zonder specifique opgave zijn ter neder gesteld, dat het voor ons onmogelijk is, daaruit de deugdelijkheid (…) te kunnen beoordeelen. [4]
  2. (Vlaams) volledig, totaal, compleet
    • De partij wil een globaal plan voor de verkeersveiligheid voor de hele gemeente.
  3. wereldwijd, mondiaal
    • Het bedrijf reorganiseert om in de globale markt nog een rol te kunnen spelen.
  4. (verouderd) op het geheel betrekking hebbend
    • Het is ons voorts niet mogelijk geweest, alle opgaven in dit werk ten toets te brengen: de goede (globaal opgegevene) bronnen en de naauwkeurigheid des Schrijvers waarborgen de echtheid en juistheid van de meeste derzelven. [5]
Opmerkingen

Door de verschillende betekenissen kunnen zinnen met 'globaal' dubbelzinnig zijn.[6][7]

Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. "globaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. globaal op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. "Vergadering 9 september 1800" in: Handelingen van de Municipaliteit der stad Amsterdam. (1800) Stadsdrukkery Amsterdam, Amsterdam; p. 35; geraadpleegd 2016-09-05
  5. boekbespreking "Aardrijkskunde voor Zeevaart en Koophandel, naar het Engelsch van J. Hingston Tuckey. IIde tot Vde Deel." in: Vaderlandsche Letteroefeningen. (1824) G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema, Amsterdam; p. 205; geraadpleegd 2016-09-05
  6. taaladvies.net: Globaal (inkomen)
  7. taaladvies.net: Globaal / mondiaal
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be