goddelijkheid - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord goddelijkheid goddelijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de goddelijkheid v

  1. het god zijn
    • De goddelijkheid van Jezus Christus is lang een discussiepunt geweest in de christelijke kerk.
Vertalingen

Gangbaarheid