goor - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goor goorder goorst
verbogen gore goordere goorste
partitief goors goorders -

Bijvoeglijk naamwoord

goor

  1. onsmakelijk, vies op een onhygiënische of immorele wijze
    • In die gore kroeg zul je mij niet vinden.
Hyponiemen
Vertalingen

1. onsmakelijk, vies op een onhygiënische of immorele wijze

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. goor (smerig, vies) op website: Etymologiebank.nl
  3. "goor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
goor - goorder goorste

Bijvoeglijk naamwoord

goor

  1. goor, muf, bedorven
    «Die goor atmosfeer van intrige en verraad.»
    De gore atmosfeer van intrige en verraad.