gozer - WikiWoordenboek (original) (raw)
- Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘Bargoens: kerel’ voor het eerst aangetroffen in 1906 [1]
- Herkomst: Bargoens [2]
de gozer m
- (Jiddisch-Hebreeuws), (informeel), (jongerentaal) vent, kerel
- Kom op gozer, je kan het!
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 92 % |
van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "gozer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be