gravin - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gravin gravinnen
verkleinwoord gravinnetje gravinnetjes

Zelfstandig naamwoord

de gravin v

  1. (adel) vrouwelijke graaf
  2. (adel) vrouw van een graaf
Vertalingen

1. vrouwelijke graaf

Afrikaans: gravin (af) Duits: Gräfin (de) v Engels: countess (en) Frans: comtesse (fr) v Italiaans: contessa (it) v Noors: grevinne (no) v/m Papiaments: kondesa Spaans: condesa (es) v Zweeds: grevinna (sv) g

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord gravin gravinne

gravin

  1. (adel) gravin