gretig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gretig gretiger gretigst
verbogen gretige gretigere gretigste
partitief gretigs gretigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gretig

  1. reikhalzend uitziend naar iets, gespitst op iets, happig op iets
    • Zijn gretige reactie hierop verbaasde velen.
      Goud- en zilverprijzen, schilderijen als betaalmiddel, de slordigheid van sommige inpakkers die zijn handelswaar vanuit Batavia verschepen - Maren geniet veel meer van haar broers nieuwtjes dan van de haring en trekt de woorden gretig uit zijn mond.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

goed verkocht worden

In Frankrijk vonden wielertijdschriften als Le Monde Cycliste maar ook het algemenere La Gazette des Sports gretig aftrek vanaf de jaren 1880.[3]

Vertalingen

1. reikhalzend uitzien naar iets, gespitst op iets, happig op iets

Bijwoord

gretig

  1. op een wijze die van grote honger of dorst blijk geeft

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "gretig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526

  3. Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be