griffel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Griffel

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord griffel griffels
verkleinwoord griffeltje griffeltjes

Zelfstandig naamwoord

de griffel v / m

  1. (gereedschap) een schrijfgerei van vrij zachte steen, vaak leisteen, waarmee kan worden geschreven op een schrijfplankje dat van dezelfde leisteen is gemaakt (de lei)
Vertalingen

1. een schrijfgerei van vrij zachte steen, vaak leisteen, waarmee kan worden geschreven op een schrijfplankje dat van dezelfde leisteen is gemaakt (de lei)

Werkwoord

vervoeging van
griffelen

griffel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van griffelen
    • Ik griffel.
  2. gebiedende wijs van griffelen
    • Griffel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van griffelen
    • Griffel je?

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. griffel op website: Etymologiebank.nl
  3. "griffel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be