groep - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord groep groepen
verkleinwoord groepje groepjes

Zelfstandig naamwoord

de groep v / m [5] [6]

  1. uit meerdere personen, dieren of eenheden bestaand geheel
    • Een groep Japanse toeristen stond volop foto's te nemen.
      Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren. Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.[7]
      Ik werd er ook minder dominant van, ik moest me flexibel opstellen, kreeg niet altijd mijn zin en had meer aandacht voor andere mensen die binnen groepen ook weinig zeiden.[7]
      Het is slim om de fietshelm te introduceren bij deze nieuwe generatie fietsers, vindt Merkelbach. "Bij een groep die nog niet eerder heeft gefietst, is het makkelijker om een nieuwe gewoonte aan te leren."[8]
  2. (elektrotechniek) deel van een installatie dat afzonderlijk is beveiligd
  3. (onderwijs) groep leerlingen, klas [1], voornamelijk in het Nederlandse basisonderwijs
    • Mijn dochter zit in groep vier.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. uit meerdere personen of eenheden bestaand geheel

Werkwoord

vervoeging van
groepen

groep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groepen
    • Ik groep.
  2. gebiedende wijs van groepen
    • Groep!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groepen
    • Groep je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "groep" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. groep op website: Etymologiebank.nl
  3. groep op website: Etymologiebank.nl
  4. groep op website: Etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  7. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  8. Bronlink geraadpleegd op 16 april 2025 Weblink bron
    Noor de Kort
    “Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Gronings

Zelfstandig naamwoord

groep

  1. groep

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

groep

  1. groep