grom - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘ingewand van vis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1501 [1][2]
de grom m
- grommend geluid, meestal geen teken van tevredenheid [3]
- ingewanden
- afval
grom
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grommen
- gebiedende wijs van grommen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grommen
| 90 % |
van de Nederlanders; |
| 92 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "grom" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be