grommen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
grommen gromde gegromd
zwak -d volledig

Werkwoord

grommen

  1. inergatief een dreigend geluid voortbrengen
    • Er werd gegromd en geblaft, maar tot een gevecht kwam het niet.
  2. overgankelijk nijdig op brommende toon uiten
    • De oude rechercheur gromde een verwensing. [2]
      ‘Noem jij dat water? Het lijkt wel slijm!’ gromde hij.[3]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een dreigend geluid voortbrengen

Zelfstandig naamwoord

de grommen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord grom

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "grommen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Baantjer, A.C.
    De Cock en een recept voor moord (2007) ISBN 902612239X; p. 1

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be