guitig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen guitig guitiger guitigst
verbogen guitige guitigere guitigste
partitief guitigs guitigers -

Bijvoeglijk naamwoord

guitig [1]

  1. op een grappige manier ondeugend, vooral van kinderen
    • De guitige kinderen trokken gekke bekken naar de burgemeester die er dan ook om lachten moest.
Synoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be