haak - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haak
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘gebogen voorwerp om iets vast te houden, op te hangen e.d.’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haak | haken |
| verkleinwoord | haakje | haakjes |
Zelfstandig naamwoord
de haak m
- (techniek) een soort gebogen nagel [3], waaraan men, als deze in de muur bevestigd is, voorwerpen kan ophangen
▸ ' 'Dat gebeurt ons weleens,' zegt Nella over haar schouder, terwijl ze de ketel aan de haak hangt om het water voor de thee te koken.[2] - Regel in genummerde lijst
▸ Het vederwild hangt aan een haak en lijkt volledig uit veren en klauwen te bestaan.[3]- De jas hangt aan de haak.
- winkelhaak (3 mogelijkheden !)
- (biologie) haakvormig gebogen plantendeel
- elk van de tekens, rond of met hoeken, om woorden of getallen af te zonderen dus ( ) [ ]
- (visserij) gebogen stuk metaal met scherpe punt waarmee men vissen kan vangen
▸ Helaas ben ik nooit een erg geduldige man geweest, dus ging ik al na een kwartier op een andere plek zitten om daar mijn geluk te beproeven. Toen ik ook daar geen succes had, zocht ik weer een andere plek op maar de vissen bleven vrolijk om mijn haak heen zwemmen.[4]
▸ Gedesillusioneerd rolde ik mijn vislijn weer op en borg het haakje weer veilig weg.[4] - zandplaat
- (communicatie) deel van een vaste telefoon waarop de hoorn ligt
▸ Ze legde de hoorn weer op de haak en tikte haar sigaret af in een reusachtige marmeren asbak.[5]
Uitdrukkingen en gezegden
- De fiets aan de haak hangen
- Ergens zijn haak inslaan
Zich ongevraagd in iets mengen (een gesprek tussen anderen e.d.)
[2] "winkelhaak"
- Niet in de haak zijn
Niet goed zitten, niet kloppen, fout/verkeerd zijn
• Dat zaakje is niet in de haak, er zit een luchtje aan.
• Het is niet in de haak wat er nu gebeurt.
[5] "gebogen stuk metaal met scherpe punt waarmee men vissen kan vangen"
- Aan de haak slaan
Iemand te pakken krijgen, met name in de zin dat het je lukt om een liefdesrelatie met iemand te krijgen na (langdurig) proberen (letterlijk: iemand die aan het hengelen is en dan een vis aan de haak heeft.)
• Hij heeft een rijke vrouw aan de haak geslagen.
∗ Hij heeft Guggenheim aan de haak weten te slaan en hij zal heus niet bij haar weg zijn gegaan zonder haar nog wat aas voor te houden.[5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| haken |
haak
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haken
- Ik haak.
- gebiedende wijs van haken
- Haak!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haken
- Haak je?
Gangbaarheid
- Het woord haak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "haak" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "haak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - 1 2
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- 1 2
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be