haan - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Een haan van Gallus gallus domesticus
Uitspraak
Woordafbreking
- haan
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord via Middelnederlands hane van Oudnederlands hano, in de betekenis van ‘mannetje bij hoenderachtigen’ aangetroffen vanaf 701 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haan | hanen |
| verkleinwoord | haantje | haantjes |
Zelfstandig naamwoord
de haan m
- (dierkunde) mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels; vaak wordt het mannetje van het huishoen (Gallus gallus
) bedoeld - De haan kraaide ons vroeg wakker.
- (militair), (techniek) het onderdeel van een vuurwapen dat een slaande beweging maakt als de trekker wordt overgehaald
- De haan van het pistool.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: Haantje de voorste zijn
Ergens als eerste bij zijn
- [1]: Er kraait geen haan naar.
Iets gebeurt geheel ongemerkt, of het kan niemand iets schelen
- [1]: De gebraden haan uithangen
Op een onverantwoordelijke manier veel geld uitgeven, bijv. aan eten en drinken
- [1]: De haan en de vos hebben elkaar te gast.
Als twee bedriegers samenwerken, zijn ze vaak toch alleen op eigen voordeel uit
- [1]: Zijn haan moet altijd koning kraaien.
Hij speelt steeds de baas
- [1]: Zo rood zien als een kalkoense haan
Een erg rood gezicht hebben, meestal door een emotie zoals woede of schaamte
Vertalingen
1. mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels
2. trekker bij een vuurwapen
Gangbaarheid
- Het woord haan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "haan" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ haan op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "haan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Anglo-Normandisch
Zelfstandig naamwoord
haan