haarwrong - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haarwrong haarwrongen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de haarwrong m

  1. bundel in elkaar gedraaid, lang haar
    Tefjes man, dichter ERIK TONG AH YONG (Met mijn handen om moeders haarwrong), heeft om die reden ook vorige maand een poging tot zelfmoord gedaan die jammerlijk mislukte.[1]
    Een haarwrong werd kunstig over de andere schouder gesmeten.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen