habijt - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord habijt habijten
verkleinwoord habijtje habijtjes

Zelfstandig naamwoord

het habijt o

  1. (kleding) pij, lange kleding gedragen door monniken en nonnen
    • Meestal is een habijt donkerbruin of zwart gekleurd maar de camaldulenzers hebben een witte pij en worden de witte benedictijnen genoemd.
Schrijfwijzen
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Citaten
Spreekwoorden
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

1.

Frans: habit (fr) m

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "habijt" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be