haven - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

De haven van Piraeus

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haven havens
verkleinwoord haventje haventjes

Zelfstandig naamwoord

de haven v

  1. (waterbeheer) natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen
    • De haven van Rotterdam.
    • De boot lag in de haven.
      En als mijn broer het niet doet, breng ik het zelf wel naar de haven ' 'Jij?' 'vertrouwt u me nou maar.[3]
      De economische voorspoed van Suriname is voor een groot deel afhankelijk van de haven in Paramaribo.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een veilige plaats waar men in gevaarlijke tijden kan schuilen

De waardedaling van de euro komt ook door de sterkere dollar, die in onzekere tijden als een veilige haven wordt gezien. Ook wint de dollar aan kracht doordat de rente in de VS dit jaar al enkele keren is verhoogd om de hoge inflatie aan te pakken. De Amerikaanse centrale bank zal de rente deze maand naar verwachting opnieuw stevig opschroeven.[5]

veilig ergens zijn (bv na een reis)

vlak voor het einde/ de voltooiing in de fout gaan of in problemen komen

Vertalingen

1. natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen.

Zelfstandig naamwoord

de haven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord haaf

Werkwoord

vervoeging van
havenen

haven

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van havenen
    • Ik haven.
  2. gebiedende wijs van havenen
    • Haven!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van havenen
    • Haven je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "haven" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. haven op website: Etymologiebank.nl

  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 24 februari 2021 “Modernisering nieuwe haven”, Ballast Nedam
  5. Bronlink geraadpleegd op 10 juli 2022 Weblink bron “Euro voor het eerst in twintig jaar precies evenveel waard als dollar” (12 juli 2022), NU.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
haven havens

Zelfstandig naamwoord

haven

  1. (beschutte) haven
  2. toevluchtsoord, veilige plek

Deens

Woordafbreking
Naar frequentie 3592

Zelfstandig naamwoord

haven, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van have

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 9870

Zelfstandig naamwoord

haven

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van hav

Categorieën: