haven - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
De haven van Piraeus
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·ven
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘ligplaats voor schepen’ aangetroffen vanaf 1240 [1]
- van Middelnederlands haven, havene[2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haven | havens |
| verkleinwoord | haventje | haventjes |
Zelfstandig naamwoord
de haven v
- (waterbeheer) natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Een veilige haven
Een veilige plaats waar men in gevaarlijke tijden kan schuilen
∗ De waardedaling van de euro komt ook door de sterkere dollar, die in onzekere tijden als een veilige haven wordt gezien. Ook wint de dollar aan kracht doordat de rente in de VS dit jaar al enkele keren is verhoogd om de hoge inflatie aan te pakken. De Amerikaanse centrale bank zal de rente deze maand naar verwachting opnieuw stevig opschroeven.[5]
- In behouden haven zijn
veilig ergens zijn (bv na een reis)
- In het zicht van de haven stranden
vlak voor het einde/ de voltooiing in de fout gaan of in problemen komen
Vertalingen
1. natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen.
Zelfstandig naamwoord
de haven mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord haaf
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| havenen |
haven
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van havenen
- Ik haven.
- gebiedende wijs van havenen
- Haven!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van havenen
- Haven je?
Gangbaarheid
- Het woord haven staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "haven" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[6] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "haven" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ haven op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
“Modernisering nieuwe haven”, Ballast Nedam - ↑
Weblink bron “Euro voor het eerst in twintig jaar precies evenveel waard als dollar” (12 juli 2022), NU.nl - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Engels
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·ven
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| haven | havens |
Zelfstandig naamwoord
haven
- (beschutte) haven
- toevluchtsoord, veilige plek
Deens
Woordafbreking
- ha·ven
| Naar frequentie | 3592 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
haven, g
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van have
Zweeds
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·ven
| Naar frequentie | 9870 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
haven
- nominatief bepaald onzijdig meervoud van hav
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Waterbeheer in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 5
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 5
- Woorden in het Zweeds met audioweergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Zweeds