heenweg - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heenweg heenwegen
verkleinwoord heenwegjeheenweggetje heenwegjesheenweggetjes

Zelfstandig naamwoord

de heenweg m

  1. reis van vertrekpunt naar bestemming; eerste helft van een reis heen en terug
    • Op de heenweg hadden we vertraging, maar op de terugweg ging alles vlotjes.
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be