hek - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hek
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord via Middelnederlands hecke van Oudnederlands hekki, als deel van toponiem aangetroffen vanaf 1025 en als woord in de betekenis van ‘rastering’ vanaf 1227 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hek | hekken |
| verkleinwoord | hekje | hekjes |
Zelfstandig naamwoord
het hek o
- (bouwkunde) deels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
▸ Om het veld heen liep een hek, zodat de bal niet makkelijk de weg op kon rollen.[4] - draaibaar deel van een omheining, het deel dat als toegang gebruikt wordt
▸ De opzichter ontsluit het ijzeren hek, dat het station Eismeer van de steile, naakte rotswand scheidt.[5] - (molenaarsambacht) raamwerk van latten van een molenwiek
▸ ⧖ Molenwiek noemen wij ieder' uitsteekenden arm van eene molenroede met het noodige latwerk, dat Hekwerk of de Hekken genoemd wordt, voorzien. — Zo dat, eigenlijk gesproken, een iedere Molen maar twee roeden doch vier wieken hebbe.[6] - (scheepvaart) de bovenachterzijde van een schip, achterreling
Synoniemen
- [1] omheining, afscheiding
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- De wind niet door de hekken laten waaien
Elke mogelijke gelegenheid benutten
Spreekwoorden
- Als het hek van de dam is, lopen de schapen overal.
- De een mag een koe stelen, de ander mag nog niet over het hek kijken.
Er wordt met twee maten gemeten, de een mag veel terwijl de ander niks of veel minder mag
- De hekken zijn verhangen.
- Het hek is van de dam.
Er is geen belemmering meer, zodat iedereen nu kan doen wat hij wil (vaak in negatief opzicht)
Vertalingen
1. omheining, afscheiding
2. draaibaar deel van een omheining, het deel dat als toegang gebruikt wordt
3. raamwerk van latten van een molenwiek
4. de bovenachterzijde van een schip (achterreling)
Gangbaarheid
- Het woord hek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hek" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[7] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ hek op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "hek" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron “Spelende kinderen” (195?) - ↑
Weblink bron
Wilkeshuis, C.;Schuurmans, Bach
“Bont palet : bloemlezing voor het V.G.L.O. en het A.V.O. aan Nijverheidsscholen” (1950), W.J. Thieme & Cie - ↑
Weblink bron
Aeneae, H.
“Verhandeling over de molenwieken in het algemeen; en over die [...] volgens de uitvinding van Jan van Deijl en zoon te Amsterdam, in het bijzonder.” (1785) - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be