hek - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hek hekken
verkleinwoord hekje hekjes

Zelfstandig naamwoord

het hek o

  1. (bouwkunde) deels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
    Om het veld heen liep een hek, zodat de bal niet makkelijk de weg op kon rollen.[4]
  2. draaibaar deel van een omheining, het deel dat als toegang gebruikt wordt
    De opzichter ontsluit het ijzeren hek, dat het station Eismeer van de steile, naakte rotswand scheidt.[5]
  3. (molenaarsambacht) raamwerk van latten van een molenwiek
    Molenwiek noemen wij ieder' uitsteekenden arm van eene molenroede met het noodige latwerk, dat Hekwerk of de Hekken genoemd wordt, voorzien. — Zo dat, eigenlijk gesproken, een iedere Molen maar twee roeden doch vier wieken hebbe.[6]
  4. (scheepvaart) de bovenachterzijde van een schip, achterreling
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Elke mogelijke gelegenheid benutten

Spreekwoorden

Er wordt met twee maten gemeten, de een mag veel terwijl de ander niks of veel minder mag

Er is geen belemmering meer, zodat iedereen nu kan doen wat hij wil (vaak in negatief opzicht)

Vertalingen

1. omheining, afscheiding

2. draaibaar deel van een omheining, het deel dat als toegang gebruikt wordt

3. raamwerk van latten van een molenwiek

4. de bovenachterzijde van een schip (achterreling)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. hek op website: Etymologiebank.nl
  3. "hek" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink Weblink bron “Spelende kinderen” (195?)
  5. Bronlink Weblink bron
    Wilkeshuis, C.;Schuurmans, Bach
    “Bont palet : bloemlezing voor het V.G.L.O. en het A.V.O. aan Nijverheidsscholen” (1950), W.J. Thieme & Cie
  6. Bronlink Weblink bron
    Aeneae, H.
    “Verhandeling over de molenwieken in het algemeen; en over die [...] volgens de uitvinding van Jan van Deijl en zoon te Amsterdam, in het bijzonder.” (1785)
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be