houtworm - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord houtworm houtwormen
verkleinwoord houtwormpje houtwormpjes

Zelfstandig naamwoord

de houtworm m

  1. (kevers) benaming voor verschillende in hout levende insectenlarven
  2. (tweekleppigen) benaming voor een in hout leven weekdier, Teredo navalis op Wikispecies
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be