hovaardij - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hovaardij hovaardijen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de hovaardij v

  1. arrogantie, hoogmoed, verwatenheid, eigendunk, eigenwaan

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be