humiliëren - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: humiliëren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- hu·mi·li·e·ren
Woordherkomst en -opbouw
Werkwoord
humiliëren [2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| humiliëren | humiliëerde | gehumiliëerd |
| zwak -d | volledig |
- overgankelijk vernederen, beledigen
- onovergankelijk zich bescheiden opstellen
Synoniemen
Gangbaarheid
- Het woord 'humiliëren' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "humiliëren" herkend door:
| 60 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 89 % | van de Vlamingen.[3] |
Verwijzingen
- ↑ humiliëren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be