ijs - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

[1] Een blokje ijs.

[2] Een ijsje.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijs -
verkleinwoord ijsje [2] ijsjes [2]

Zelfstandig naamwoord

het ijs o

  1. (natuurkunde) de vaste vorm van water, bevroren water
    • Water wordt op 0° Celsius ijs.
    • Het ijs is nog niet dik genoeg om op te staan.
      Het was een ijskoude nacht en ik werd meerdere malen bibberend wakker. Verbaasd zag ik de volgende ochtend dat er een dun laagje ijs op mijn tent lag.[2]
  2. (voeding) een lekkernij, meestal op basis van zuivel, die in bevroren toestand wordt gegeten
    • IJs is een geliefd verfrissingsmiddel tijdens warme zomers.
      Ik heb haar niet uitgemaakt voor racist! Straks gaat ze ook nog Israël, het Palestijnse conflict en Ben en Jerry's ijs erbij halen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

als de (weers)omstandigheden meewerken [4]

een logisch gevolg; humoristisch gebruikt voor het laten van een wind tijdens het plassen

goed voorbereid zijn en zeker zijn

na een kil begin is men vriendelijk tegen elkaar

Nooit! (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs)

Een voorzichtige aanpak hanteren. Niet overhaast handelen.

  1. De eerste stap op weg naar heiligheid is zaligverklaring. Om zalig te worden is er een wonder nodig. Meestal is dat een wonderbaarlijke genezing, waarbij er diepgravend medisch onderzoek plaatsvindt om uit te zoeken of de genezing echt onverklaarbaar is. De Kerk gaat daarbij niet over één nacht ijs.[5]

niet voorbereid zijn

ergens over gaan praten waar die weinig van af weet

Overerving en ontlening
Vertalingen

1. de vaste vorm van water, bevroren water

2. een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten

Werkwoord

vervoeging van
ijzen

ijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijzen
    • Ik ijs.
  2. gebiedende wijs van ijzen
    • IJs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijzen
    • IJs je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1 2 "ijs" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. onzetaal.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 13 mei 2022 Weblink bron
    Liedeke Morssinkhof
    “Priester Titus Brandsma morgen heilig verklaard, genezen Amerikaan is erbij” (14 mei 2022), NOS
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be