inboezemen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

inboezemen [2]

stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
inboezemen boezemde in ingeboezemd
zwak -d volledig
  1. overgankelijkiemand een gevoel geven van (afkeer, ontzag, respect, vertrouwen, vrees, bewondering, angst enz.)
    • Het zijn juist die Amerikanen die haar angst inboezemen. Het lukt haar nog wel om de jonge mannen met hun dierlijke levenslust los te zien van de brandbommen op Asakusa, maar niet van wat er zich in het cederbos heeft afgespeeld.[3]
    • De gevolgen waren groot. Om onschuld te verkrijgen, moesten ze alles aan zichzelf opgeven wat ontzag en bewondering kon inboezemen. Waarschijnlijk waren ze allemaal bereid een dergelijk offer te brengen, zelfs al zouden ze hun zelfrespect verliezen, want in de lente van 1606 zwermden ze uit over de menselijke wereld. Horden cherubijntjes verspreidden zich over heel Zuid- en West-Europa. Kleine, mollige, naakte jongetjes met witte vleugeltjes doken langzamerhand overal op waar mensen bijeen waren. [4]
      Daarvoor boezemde zijn gezicht te veel angst in.[5]
Synoniemen
Vertalingen

1. overgankelijk

iemand een gevoel geven van (afkeer, ontzag, respect, vertrouwen, vrees, bewondering, angst enz.)

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. inboezemen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  3. Beijnum, Kees van
    De Offers 2014 ISBN 90-234-2363-1 pagina 346

  4. Knausgard, Ove
    Engelen vallen langzaam 2010 ISBN 978-90-445-1358-5 pagina 517
  5. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be