incident - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord incident incidenten
verkleinwoord incidentje incidentjes

Zelfstandig naamwoord

het incident o

  1. een opschudding verwekkend voorval
    • Er was gisteren een ernstig incident aan de grens met Noord-Korea.
  2. vervelende gebeurtenis, ongeval
    • Het cabinepersoneel zou normaal gesproken bij de nooduitgang zitten. Het is niet duidelijk waarom zij het incident niet konden voorkomen. In een verklaring, zei PIA: ,,Een passagier opende ten onrechte de nooddeur waardoor de noodglijbaan geactiveerd werd.” [3]
    • De tocht bleef, aldus de organisatie, verschoond van grote incidenten, al moest twee keer na een valpartij een ambulance worden gebeld. [4]
      Tunnels worden vanuit de verkeerscentrales 24 uur per dag in de gaten gehouden met camera's en detectiesystemen. "Zo kunnen wegverkeersleiders bij incidenten de tunnel afsluiten, hulpdiensten alarmeren en installaties in de tunnels bedienen", schrijft Rijkswaterstaat.[5]
  3. (juridisch) twistpunt naast het hoofdgeschil in een geding [1]
    De RvA kan voor de behandeling van het incident om een aanvulling van de waarborgsom vragen.[6]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een opschudding verwekkend voorval

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
incident incidents

Zelfstandig naamwoord

incident

  1. incident, voorval
stellend vergrotend overtreffend
incident more incident most incident

Bijvoeglijk naamwoord

incident

  1. bijkomend, incidenteel
  2. inherent
  3. (natuurkunde) binnenvallend (van deeltjes, straling)

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
incident l'incident incidents les incidents

Zelfstandig naamwoord

incident m

  1. incident, voorval

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | mannelijk | incident | incidents | | vrouwelijk | incidente | incidentes |

Bijvoeglijk naamwoord

incident

  1. bijkomend, incidenteel