inkeer - WikiWoordenboek (original) (raw)
- Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bezinning’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1537 [1] [2]
de inkeer m
- het anders gaan denken of doen als iemand zich realiseert dat die fout dacht of handelde
inkeer
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inkeren
| 98 % |
van de Nederlanders; |
| 98 % |
van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "inkeer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ inkeer op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be