inleggen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
inleggen legde in ingelegd
zwak -d volledig

Werkwoord

inleggen

  1. overgankelijk het vatten van edelstenen in edelmetaal of hout in ander hout
    • Deze ring is ingelegd met diamant en robijn.
      De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.[1]
  2. overgankelijk (financieel) inbrengen van geld (in een belegging etc.)
  3. overgankelijk innemen
  4. overgankelijk in, binnen, tussen iets leggen
  5. overgankelijk (kookkunst) met pekel, zuur, brandewijn of suiker in een pot doen om ze te conserveren
  6. behalen
    • ergens eer mee inleggen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. het vatten van edelstenen in edelmetaal

Zelfstandig naamwoord

de inleggen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord inleg

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen