instrumentenbord - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord instrumentenbord instrumentenborden
verkleinwoord instrumentenbordje instrumentenbordjes

Zelfstandig naamwoord

het instrumentenbord o

  1. paneel met meet- en eventueel regelinstrumenten
  2. wandbord waaraan instrumenten kunnen worden opgehangen
Verwante begrippen
Synoniemen
Vertalingen

1.

Engels: dash-board (en), panel (en), wainscot (en) Spaans: pancarta (es) v, panel (es) m

Gangbaarheid