interest - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord interest interesten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de interest m

  1. (financieel) percentage vergoeding voor geleend geld of andere zaken
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. interest op website: Etymologiebank.nl
  3. "interest" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

interest

  1. interesseren

Zelfstandig naamwoord

interest

  1. interesse
  2. belang
    «They advance corporate interests
    Zij bevorderen de belangen van het bedrijfsleven.
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Amerikanen;
98 % van de Britten.[1]

Oudfrans

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

interest m

  1. (juridisch) schadevergoeding, schadeloosstelling

Verwijzingen