introduceren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
introduceren geïntroduceerd
introductie
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
introduceren introduceerde geïntroduceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

introduceren

  1. overgankelijk iets nieuws inbrengen of invoeren in een bepaalde omgeving of een groter geheel
    Het is slim om de fietshelm te introduceren bij deze nieuwe generatie fietsers, vindt Merkelbach. "Bij een groep die nog niet eerder heeft gefietst, is het makkelijker om een nieuwe gewoonte aan te leren."[4]
    • Dat introduceert ongemerkt een andere foutenbron.
  2. overgankelijk (tijdelijk) een nieuw persoon toegang verschaffen tot een besloten gezelschap of voorziening
    • Spelende leden kunnen niet-leden introduceren om zo kennis te laten maken met onze vereniging.
  3. overgankelijk iemand voor het eerst aan een publiek of groep mensen voorstellen
    • Hij werd door de gastvrouwe geïntroduceerd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. iets nieuws inbrengen of invoeren

2. een nieuw persoon toegang verschaffen

3. iemand voor het eerst voorstellen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. introduceren op website: Etymologiebank.nl
  3. "introduceren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 16 april 2025 Weblink bron
    Noor de Kort
    “Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be