jatten - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
jatten jatte gejat
zwak -t volledig

Werkwoord

jatten

  1. overgankelijk (Jiddisch-Hebreeuws) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
    • Het bleek dat zijn mobieltje gejat was door Ronald.
      Maar er zijn ook mensen van buiten het tuindorp die even een schuttinkje van een sloopwoning komen jatten, weten ze.[4]
vervoeging van
jatten

jatten

  1. meervoud verleden tijd van jatten
    • Wij jatten.
    • Jullie jatten.
    • Zij jatten.
      Aan het eind van de week kochten of jatten Mick, Brian en Keith de muziekbladen en bestudeerden de hitparade, zonder de illusie te koesteren dat zij daar ooit in zouden staan.[5]
Synoniemen
Vertalingen

1. iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen

Zelfstandig naamwoord

de jatten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jat
    Alles aan dit schip zal ik zelf maken, mej deze beide jatten.[6]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  2. "jatten" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  4. Bronlink geraadpleegd op 3 november 2020 Weblink bron
    Eppo König
    “Tot in Apeldoorn weten ze: in de Rotterdamse Wielewaal kun je makkelijk kraken” (29 augustus 2019) op nrc.nl op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 3 november 2020 Weblink bron
    Philip Norman (vert. Henny Corver e.a.)
    “Mick Jagger: de biografie” (2012), Uitgeverij De Bezige Bij b.v., Amsterdam, ISBN 9789400400658, hfst. 3
  6. Bronlink geraadpleegd op 3 november 2020 Weblink bron
    Peter L. Gerritse
    Joop Waasdorp : Een zeer groot, eigenzinnig schrijver in: Leidse Courant, jrg. 62 nr. 18193 (29 oktober 1970), p. 12 kol. 2
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be