jawel - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ja·wel
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep ter bevestiging’ voor het eerst aangetroffen in 1615 [1]
- samenstelling van ja en wel [2]
Bijwoord
jawel
- ja, antwoordend op een ontkennende vraag
Verwante begrippen
Vertalingen
ja, antwoordend op een ontkennende vraag
Gangbaarheid
- Het woord jawel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "jawel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 97 % | van de Vlamingen.[5] |
Verwijzingen
- ↑ "jawel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ jawel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑
Marion Pauw e.a.
“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be