jawel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

jawel

  1. ja, antwoordend op een ontkennende vraag
    • Kom je niet mee vanavond? Jawel, ik kom.
      Maar wat was hij van plan? Ik bracht mijn vinger naar de trekker en bewoog mijn geweer 'O, jawel.[3]
      'Pardon?' 'Moeten wij niet met respect behandeld worden?' 'O jawel, natuurlijk jullie ook,' haast hij zich te zeggen.[4]
Verwante begrippen
Vertalingen

ja, antwoordend op een ontkennende vraag

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "jawel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. jawel op website: Etymologiebank.nl
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280

  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be