jeugdig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen jeugdig jeugdiger jeugdigst
verbogen jeugdige jeugdigere jeugdigste
partitief jeugdigs jeugdigers -

Bijvoeglijk naamwoord

jeugdig

  1. jong, fris, onbevangen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. jong, fris, onbevangen

Duits: jugendlich (de) Engels: juvenile (en) Frans: jeune (fr), juvénile (fr) Russisch: юный (ru) Spaans: juvenil (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be