jogging - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jogging joggings
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de jogging v

  1. (sport) het hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven
    • De jogging van vanochtend heeft me goed gedaan.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

jogging m

  1. (spreektaal) joggingpak [2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  2. Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 118