jongeheer - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jon·ge·heer
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van jong en heer met het invoegsel -e-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jongeheer | jongeheren |
| verkleinwoord | jongeheertje | jongeheertjes |
Zelfstandig naamwoord
de jongeheer m
- (persoon) een jong persoon van het mannelijk geslacht
- Jongeheer, kom je even mee?
- (informeel), (anatomie) mannelijk geslachtsorgaan, penis, piemel
- De man liet zijn jongeheer zien.
Vertalingen
1. een jong persoon van het mannelijk geslacht
Gangbaarheid
- Het woord jongeheer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "jongeheer" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be