journalist - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord journalist journalisten
verkleinwoord journalistje journalistjes

Zelfstandig naamwoord

de journalist m

  1. (beroep) (media) verslaggever, iemand die nieuwsfeiten publiceert
    Een journalist die ik op een borrel bij een uitgever was tegengekomen.[2]
    Een journalist die ik op een borrel bij een uitgever was tegengekomen.[2]
    • De journalist schreef kritische artikelen over de bezetting.
    • In het boek American Kompromat (2021) beweren de Amerikaanse journalist Craig Unger en de voormalige KGB-kolonel Yuri Shvets dat Trump al in de jaren tachtig als ‘asset’ door de KGB werd gerekruteerd. Shevts was als journalist van persbureau Tass in Amerika gestationeerd, maar werkte zoals de meeste Russische ‘journalisten’ voor de KGB. [3]
      Er zouden tussen de 200 en 300 Oekraïense militairen zijn geëvacueerd uit de Azovstal-staalfabriek, twittert Nieuwsuur-verslaggever Gert-Jan Dennekamp. Een journalist van de Russische tv-zender RT zou dat hebben gezegd. Het zou enkel om gewonde militairen gaan, die nu onderweg zijn naar een ziekenhuis ten oosten van Marioepol.[4]
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

verslaggever, iemand die nieuwsfeiten publiceert

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "journalist" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  3. www.parool.nl (21 mrt 2025)
  4. Bronlink geraadpleegd op 30 januari 2022 Weblink bron “'200 tot 300 militairen geëvacueerd uit Azovstal-fabriek' • Burgerdoden in Sjevjerodonetsk” (16 mei 2022), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Zweeds

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 3915
journalists enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief journalist journalisten journalister journalisterna
genitief journalists journalistens journalisters journalisternas

Zelfstandig naamwoord

journalist, g

  1. (beroep), (media) journalist
    «Över tjugotusen journalister rapporterar från spelen som ses på tv av miljontals bänkidrottare.»
    Meer dan twintigduizend journalisten rapporteren van de Spelen die op TV door miljoenen van "sofasporters" (televisiekijkers) worden gezien.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen