kaakje - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord kaakje kaakjes

Zelfstandig naamwoord

het kaakje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaak
  2. alleen verkleinwoord klein, vrij hard baksel van meel dat bij de koffie of de thee genuttigd wordt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. kaakje op website: Etymologiebank.nl
  3. "kaakje" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be