kaakje - WikiWoordenboek (original) (raw)
- [1] afgeleid van kaak zn met het achtervoegsel -je
- [2] met "kaak (4)" als vertaling van Engels cake zn , in de betekenis van ‘koekje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1699 [1] [2] [3]
het kaakje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaak
- alleen verkleinwoord klein, vrij hard baksel van meel dat bij de koffie of de thee genuttigd wordt
| 100 % |
van de Nederlanders; |
| 97 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ kaakje op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "kaakje" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be