kaal - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kaal
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘zonder haar’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
- [bijvoeglijk naamwoord]: van Middelnederlands cale [2]
- [zelfstandig naamwoord]: van Jiddisch [3]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | kaal | kaler | kaalst |
| verbogen | kale | kalere | kaalste |
| partitief | kaals | kalers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
kaal
- zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort
▸ Hij schoor de overgebleven plukjes haar eraf tot ze volkomen kaal was, de aloude vernedering, uit Bijbelse tijden, uit bloedige tijden.[4]
▸ Grote omgevallen boomstammen zaten klem tussen de rotsen en waren geheel kaal en afgestompt door de sterke stroming die miljoenen liters smeltwater per dag uit de bergen moest verwerken.[5] - zonder opsmuk of versiering
▸ Ze had de gordijnen niet dichtgedaan en in de kamer boven zag ik een wit plafond vol scheuren, met een kaal peertje dat volkomen in tegenspraak leek met haar gebruikelijke gevoel voor esthetiek.[4]
▸ Nu ziet het er kaal uit. Maar de afgelopen zomers stonden hier zeker tienduizend planten. Ondernemer Mattia Cusani kijkt uit over de beboste heuvels van San Giovanni in Fiore, een dorp in het binnenland van Calabrië. Cusani's geboorteregio loopt al decennialang leeg: gebrek aan economische groei, weinig kansen voor jongeren. En toch is het hem gelukt om hier een succesvol bedrijf op te zetten.[6]
▸ 'Ik kan me niet voorstellen dat het hier altijd zo kaal is geweest'.[7]
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Zo kaal als een luis
Geen geld of goederen hebben.
Vertalingen
1. zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kalen |
kaal
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalen
- Ik kaal.
- gebiedende wijs van kalen
- Kaal!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalen
- Kaal je?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kaal | killes |
| verkleinwoord |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
Zelfstandig naamwoord
- (Jiddisch-Hebreeuws) joodse gemeente
- (Jiddisch-Hebreeuws) gemeenschap, publiek
Afgeleide begrippen
- kaals (bezitsvorm)
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord kaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kaal" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[8] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "kaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ kaal op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
- 1 2
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Weblink bron
Heleen D'Haens
“Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS - ↑
Marion Pauw e.a.
“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
Uitspraak
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| kaal | kaler | kaalste |
Bijvoeglijk naamwoord
kaal
- kaal
«Dis 'n kaal vloer sonder matte.»
Dit is een kale vloer zonder matten.
Yucateeks
Zelfstandig naamwoord
kaal