kaal - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kaal kaler kaalst
verbogen kale kalere kaalste
partitief kaals kalers -

Bijvoeglijk naamwoord

kaal

  1. zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort
    Hij schoor de overgebleven plukjes haar eraf tot ze volkomen kaal was, de aloude vernedering, uit Bijbelse tijden, uit bloedige tijden.[4]
    Grote omgevallen boomstammen zaten klem tussen de rotsen en waren geheel kaal en afgestompt door de sterke stroming die miljoenen liters smeltwater per dag uit de bergen moest verwerken.[5]
  2. zonder opsmuk of versiering
    Ze had de gordijnen niet dichtgedaan en in de kamer boven zag ik een wit plafond vol scheuren, met een kaal peertje dat volkomen in tegenspraak leek met haar gebruikelijke gevoel voor esthetiek.[4]
    Nu ziet het er kaal uit. Maar de afgelopen zomers stonden hier zeker tienduizend planten. Ondernemer Mattia Cusani kijkt uit over de beboste heuvels van San Giovanni in Fiore, een dorp in het binnenland van Calabrië. Cusani's geboorteregio loopt al decennialang leeg: gebrek aan economische groei, weinig kansen voor jongeren. En toch is het hem gelukt om hier een succesvol bedrijf op te zetten.[6]
    'Ik kan me niet voorstellen dat het hier altijd zo kaal is geweest'.[7]
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Geen geld of goederen hebben.

Vertalingen

1. zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort

Werkwoord

vervoeging van
kalen

kaal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalen
    • Ik kaal.
  2. gebiedende wijs van kalen
    • Kaal!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalen
    • Kaal je?
enkelvoud meervoud
naamwoord kaal killes
verkleinwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

de kaal v / m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) joodse gemeente
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) gemeenschap, publiek
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[8]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kaal op website: Etymologiebank.nl
  3. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  4. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 13 april 2025 Weblink bron
    Heleen D'Haens
    “Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS

  7. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
kaal kaler kaalste

Bijvoeglijk naamwoord

kaal

  1. kaal
    «Dis 'n kaal vloer sonder matte.»
    Dit is een kale vloer zonder matten.

Yucateeks

Zelfstandig naamwoord

kaal

  1. (anatomie) nek