kak - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kak -
verkleinwoord kakje kakjes

Zelfstandig naamwoord

de kak m

  1. (informeel) ontlasting [2]
  2. (figuurlijk), (informeel) arrogantie
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Gewichtig/deftig doen zonder dat het in feite echt iets voorstelt

Werkwoord

vervoeging van
kakken

kak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kakken
    • Ik kak.
  2. gebiedende wijs van kakken
    • Kak!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kakken
    • Kak je?

Tussenwerpsel

kak

  1. (krachtterm) (verouderd) uitdrukking die verachting of ergernis uitdrukt
Synoniemen
Anagrammen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. kak op website: Etymologiebank.nl
  3. "kak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Indonesisch

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

kak

  1. (familie), (verkorting) verkorte vorm van kakak (oudere broer/zus)
Anagrammen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 27645

Werkwoord

kak

  1. gebiedende wijs van kake

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | kak | kaken | kaker | kakene | | genitief | kaks | kakens | kakers | kakenes |

Zelfstandig naamwoord

kak, m

  1. (juridisch) martelpaal (een paal om een misdadiger voor een openbare geseling aan te bevestigen)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

kak

  1. gebiedende wijs van kaka
Schrijfwijzen

Werkwoord

kak

  1. gebiedende wijs van kake
Schrijfwijzen

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | kak | kaken | kakar | kakane |

Zelfstandig naamwoord

kak, m

  1. (juridisch) martelpaal (een paal om een misdadiger voor een openbare geseling aan te bevestigen)
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen