kaneel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Cinnamomum verum

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaneel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kaneel o en m

  1. (specerij) een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom, gebruikt als smaakmaker in vele gerechten
    • Ik houd erg van kaneel.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom,...

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kaneel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kaneel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Categorieën: