kanon - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Een kanon aan "Het Huys te Warmont"

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kanon kanonnen
verkleinwoord kanonnetje kanonnetjes

Zelfstandig naamwoord

het kanon o

  1. een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
    • De vuursnelheid van het kanon werd aanzienlijk verhoogd.
  2. een drinkglas met dikke bodem of voet, gebruikt bij heildronken
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Ophef maken om niks

Het is er heel stil; er is (bijna) niemand

Vertalingen

1. een instrument om explosieve projectielen weg te schieten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kanon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kanon op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kanon kanonne

Zelfstandig naamwoord

kanon

  1. kanon