kauw - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Kauwtje

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kauw kauwen
verkleinwoord kauwtje kauwtjes

Zelfstandig naamwoord

de kauw v / m

  1. (zangvogels) Corvus monedula op Wikispecies, een zwarte zangvogel met een grijze nek uit de Corvidae
    • Er zaten veel kauwtjes in de bomen.
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

1. Corvus monedula, eem zwarte kraaiachtige zangvogel met een grijze nek

Werkwoord

vervoeging van
kauwen

kauw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kauwen
    • Ik kauw.
  2. gebiedende wijs van kauwen
    • Kauw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kauwen
    • Kauw je?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "kauw" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kauw op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be