kei - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kei keien
verkleinwoord keitje keitjes

Zelfstandig naamwoord

de kei m

  1. brok gesteente
    • Er spatte een keitje op en de voorruit barstte uiteen in gruzelementen.
      Op de expositie is een foto te zien van het vennetje. Er ligt een kei voor met de inscriptie “Through the window of my eyes”, Harry Muskee 1967. Dat beeld zegt meer dan welke platenhoes dan ook.[5]
  2. (figuurlijk) iets wat in enig opzicht door en door hard of massief is
    1. (informeel) iemand die bijzondere prestaties levert
      • Hij is daar echt een kei in.
    2. (sport) (verouderd) (voetbal) zeer krachtig schot
      • Zijn kei ging centimeters naast. [6]
    3. versterkend voorvoegsel (jongerentaal) als linkerdeel van een samengesteld bijvoeglijk naamwoord om de betekenis van het rechterdeel te versterken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

2.3 als linkerdeel van een samengesteld bijvoeglijk naamwoord om de betekenis van het rechterdeel te versterken

Uitdrukkingen en gezegden

[1]: in armoede dakloos achterlaten

Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Oudnederlands Woordenboek
  3. 1 2 kei op website: Etymologiebank.nl
  4. "kei" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  5. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  6. "Pierre Vereecken mist de kans!" in: De Voorpost jrg. 30 nr. 37 (23 september 1977); p. 18 kol. 1; geraadpleegd 2017-12-30
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Cornisch

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
kei keun

Zelfstandig naamwoord

kei m

  1. (roofdieren) hond
Synoniemen