keten - WikiWoordenboek (original) (raw)

1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keten ketensketenen
verkleinwoord ketentje ketentjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de keten v / m

  1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
    En men stelde zich voor hoe de machtige Nicolaas, ieder jaar op zijn feestdag, de duivel in ketenen sloeg en geboeid met zich meevoerde.[7]
  2. (figuurlijk) iets waardoor men gebonden is, dat de vrijheid belemmert
    • Hij wist zijn ketenen te verbreken en zijn vrijheid te herwinnen.
  3. (figuurlijk) onderling in verband staande rij van gelijksoortige zaken
    • Het eiland wordt doorsneden door een keten van vulkanen.
  4. (figuurlijk) vergelijkbare bedrijven op verschillende plaatsen die samen naar hun klanten als een geheel functioneren
    • Hij bouwde het eethuisje van zijn ouders uit tot een keten van restaurants.
  5. (figuurlijk) in de tijd opeenvolgende reeks van gelijksoortige verschijnselen
    • Het conflict ontstond door een keten van misverstanden.
  6. aantal doorlopen gerelateerde stappen in een proces
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp

Werkwoord

vervoeging van
ketenen

[A] keten

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ketenen
    • Ik keten.
  2. gebiedende wijs van ketenen
    • Keten!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ketenen
    • Keten je?
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
keten keette gekeet
zwak -t volledig

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als onbepaalde wijs.

Werkwoord

[B] keten

  1. inergatief (informeel) lol trappen, op een rumoerige manier plezier hebben
    Het werkt niet als je zo’n wedstrijd ernstig en strak probeert te leiden: mijn doelstelling is gewoon lekker te keten en veel plezier te maken.[9]

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als onbepaalde wijs van een werkwoord.

Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

de [C] keten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keet

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[10]

Meer informatie

Verwijzingen