kil - WikiWoordenboek (original) (raw)
de kil v / m
- kreek, smal en diep riviertje, door stromend water diep uitgesleten geul van een rivier of tussen wadden
1. kreek, smal en diep riviertje, door stromend water diep uitgesleten geul van een rivier of tussen wadden
kil
- een koud gevoel gevend
- zonder het tonen van emoties, ijzig [2]
- (meteorologie) guur [1], koud (v.h. weer)
- Het is een kille dag vandaag.
kil
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van killen
- gebiedende wijs van killen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van killen
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 94 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "kil" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ kil op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be