kil - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kil killen
verkleinwoord killetje killetjes

Zelfstandig naamwoord

de kil v / m

  1. kreek, smal en diep riviertje, door stromend water diep uitgesleten geul van een rivier of tussen wadden
Synoniemen
Afgeleide begrippen

1. kreek, smal en diep riviertje, door stromend water diep uitgesleten geul van een rivier of tussen wadden

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kil killer kilst
verbogen kille killere kilste
partitief kils killers -

Bijvoeglijk naamwoord

kil

  1. een koud gevoel gevend
  2. zonder het tonen van emoties, ijzig [2]
  3. (meteorologie) guur [1], koud (v.h. weer)
    • Het is een kille dag vandaag.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
killen

kil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van killen
    • Ik kil.
  2. gebiedende wijs van killen
    • Kil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van killen
    • Kil je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "kil" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. kil op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be