klauw - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

De klauw van een komodovaraan (Varanus komodoensis)

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klauw klauwen
verkleinwoord klauwtje klauwtjes

Zelfstandig naamwoord

de klauw v

  1. (zoötomie) uiteinde van een poot met kromme nagels van een roofdier
    • Met z'n reusachtige klauwen vermorzelt het beest z'n prooi.
  2. (informeel) (grof) hand
    • Blijf met je klauwen van mijn lijf!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

In zijn macht hebben; in toom hebben of houden

Door iemand onderschept worden

Zich kunnen verdedigen

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
klauwen

klauw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klauwen
    • Ik klauw.
  2. gebiedende wijs van klauwen
    • Klauw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klauwen
    • Klauw je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "klauw" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be