In de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1226 [1]
Afkomstig van Middelnederlandsclāver(e), de aan Oudfries ontleende Hollandse vorm, uit Oergermaans *klaiƀr(j)ōn, evenals Engelsclover en Nederduits Klever, uitbreiding van *klaiwaz, waaruit Limburgsklieë, DuitsKlee en Westfaals Kliev, bij Proto-Indo-Europees *gleiH- ‘kleven’.