klieven - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
klieven /ˈklivə(n)/ kliefde(kloof) * /ˈklivdə/ gekliefd(gekloven) * /ɣəˈklift//
zwak -d volledig

Werkwoord

klieven

  1. overgankelijk langs een scherp breukvlak in tweeën hakken
    • Ik moet nog wat brandhout klieven.
Opmerkingen
Vertalingen

1. langs een scherp breukvlak in tweeën hakken

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. klieven op website: Etymologiebank.nl
  3. "klieven" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be