klinker - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klinker klinkers
verkleinwoord klinkertje klinkertjes

Zelfstandig naamwoord

de klinker m

  1. (taalkunde) elke spraakklank waarbij de ademstroom nergens wordt afgeknepen
    • Het Nederlands kent ongeveer zestien klinkers die als foneem fungeren.
  2. een letter of teken dat een dergelijke spraakklank voorstelt
    • De meest voorkomende klinker in het Nederlands is de e.
  3. (bouwkunde) een harde baksteen die door zijn structuur geen water opzuigt
    • De klinkers werden door de stratenmaker zorgvuldig in het zandbed gelegd.
  4. (beroep) Iemand die geholpen door de nageljongen met klinknagels voorwerpen aan elkaar klinkt
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een klank van de menselijke spraak waarbij geen obstructie in de ademstroom aangebracht wordt.

3. een harde baksteen die door zijn structuur geen water opzuigt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "klinker" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be