klont - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klont klonten
verkleinwoord klontje klontjes

Zelfstandig naamwoord

de klont v / m

  1. een hoeveelheid verdikt materiaal met een omvang die niet goed te definiëren is
    • Er zaten een hoop klontjes in mijn sausje.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

1. een hoeveelheid verdikt materiaal met een omvang die niet goed te definiëren is.

Werkwoord

vervoeging van
klonten

klont

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van klonten
  2. gebiedende wijs van klonten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "klont" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. klont op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be